Tegelijkertijd met de eerste wapenbeurs ‘BEDEX’, waar onze politieke vertegenwoordigers zo trots op zijn, vonden er in Brussel diverse evenementen en acties plaats om de categorische afwijzing van het militaristische beleid van de regering van Arizona kenbaar te maken.
Op 12 maart vormden de vredesbewegingen een blok binnen de grote vakbondsdemonstratie, met de duidelijke boodschap: “Als jullie je rechten verliezen, is dat niet omdat er geen geld is, maar omdat Arizona de oorlog financiert”. Maar de boodschap klonk ook door de hele stoet van 100.000 demonstranten heen, via slogans, toespraken en spandoeken.
Op 13 maart organiseerde Stop Militarisation een symbolische actie in Heysel, bij de persopening van de BEDEX-beurs.
Op 14 maart trok de eerste conferentie, georganiseerd door Stop Militarisation, meer dan 400 deelnemers, waaronder veel jongeren. Hieronder publiceren we de toespraken van Stijn Gryp, algemeen secretaris van de ACV, en Hilal Sor, algemeen secretaris van ABVV-Metal.
Stijn Gryp : “De strijd voor de vrede en de sociale strijd zijn slechts één en dezelfde strijd”
Hartelijk te bedanken voor de organisatie van deze conferentie. De organisatie van deze conferentie is in het huis van ACV Brussel. En we zijn blij dat jullie die conferentie hier kunnen willen organiseren. Want in tijden waarin de roep naar militarisering steeds luider klinkt, steeds eenzijdiger, maar ook jammer genoeg steeds vanzelfsprekender klinkt, zijn tegenstemmen als deze cruciaal, heel belangrijk. Jullie zorgen ervoor vandaag, maar ook op andere momenten. We hebben daarnet gezien in het videofragment dat er ruimte is. Ruimte blijft voor kritische vragen, voor twijfel, maar belangrijk ook voor alternatieven. En daarvoor, beste vrienden, hebben jullie de volle steun van het ACV. Bedankt om dat te doen. En we blijven de volle steun geven vanuit het ACV voor deze initiatieven.
Laatste dagen heb jij niet naast kunnen kijken in de media. Hoe sommige politici bewust een angstgevoel creëren bij mensen. Hoe ze een wereld schetsen waarin militalisering wordt voorgesteld als de ene mogelijke reactie op internationale spanning. En hoe mensen daardoor achterblijven met angst voor de toekomst terwijl anderen er schaamteloos van profiteren. Angst is op die manier geen probleem dat we moeten aanpakken, maar een instrument om politieke en budgaire keuzes door te drukken. En dit zonder enig maatschappelijk debat over de noodzaak van deze keuzes. En daarom is jullie tegenstem zo belangrijk.
Beste vrienden, het debat over militarisering wordt vandaag veel te vaak herleid tot een debat dat wat dat louter over veiligheid gaat alsof die keuzes losstaan van wat ze betekenen voor werknemers.
Of dat die keuzes en dat die band losstaat van de sociale zekerheid, van onze sociale zekerheid, van onze publieke diensten en voor de samenleving losstaat van de samenleving die wij hebben opgebouwd allemaal samen. Want wanneer regeringen beslissen om massaal geld te versluizen richting defensie, richting oorlogstuig, dan valt dat geld natuurlijk niet zomaar uit de lucht. Dat moet ik hier eigenlijk niet vertellen. Dat geld moet van ergens komen en dat komt uit dezelfde kas waar ook onze sociale zekerheid, onze scholen en onze publieke diensten uit worden betaald. En precies daarom, beste vrienden, is de strijd voor vrede ook de sociale strijd. Precies daarom is deze strijd, is jullie strijd ook een strijd van het ACV. Een strijd van vakbonden die opkomen voor werknemers die opkomen voor hun toekomst.
En nu de NAVO normen van 5%. We kunnen misschien nog eventjes doorgaan van het brut binnenlands product waarmee gehogeld worden met die normen.
Dat klinkt abstract maar achter die percentages schuilen harde keuzes. Keuzes die erop neerkomen dat voor België die 5% dat dat neerkomt op een militaire begroting van meer dan €30 miljardo per jaar. Dat betekent dat er jaar na jaar miljarden extra miljarden en miljarden extra worden geïnvesteerd in oorlogstuig. Dat is ongeveer hetzelfde bedrag dat de huidige federale regering zocht om de begroting op orde te krijgen. Niet gespreid over een ganse legislatuur. Nee, wel elk jaar opnieuw dat bedrag dat men wel inzetten voor wapens en voor oorlogstuig. En die besparingen die gebeuren vooral op de kap van werknemers, op de kap van gewone burgers. Zij voelen het nu al in een portefeuille, in een pensioen, in hun sociale bescherming, in en de kwaliteit ook van de publieke diensten. En jullie hebben allemaal de boosheid gezien deze week nog van meer dan 100.000 mensen hier in de straten van Brussel.
De boosheid ook dat er bespaard wordt op hen, dat er bespaard wordt op pensioen, bespaard wordt op alle zaken die voor hen belangrijk zijn, maar niet op militair tuig en op andere zaken. En dan in deze situatie zou er dan plots wel plaats zijn voor een gigantische sprong in militaire uitgaven. Het ACV zegt dat het pure waanzin, het ACV zegt ook dat dat politieke keuzes zijn en dat er ook andere keuzes gemaakt kunnen worden. Maar uiteraard we weten wie daarvan profiteert. Als we kijken naar de wapenaankopen van de Europese landen de voorbije jaren, dan zien we dat bijna 2/3de daarvan in de Verenigde Staten werd gedaan. Een groot deel van onze publieke middelen gaan dus verdwijnen in de kassa's van de internationale, maar vooral van de Amerikaanse wapenindustrie. Die 5% die komt uiteraard uit de koker van het Witte Huis. Daaren ze ook op een groot deel van die militaire miljarden.
En de wapens moeten natuurlijk renderen, moeten natuurlijk werken, want anders kunnen ze geen nieuwe wapens maken en een oorlog beginnen uit eigen belang om de eigen economie aan te zwengelen. We hebben deze week, vorige week gezien dat dat nog altijd de harde realiteit is, de bitte realiteit is van de wereld die we vandaag kennen. Nu voor het ACV is het duidelijk: werknemers hebben geen belang bij een wapenwedloop. En trouwens ook onze industrie en ook onze economie heeft daar geen belang bij. Maar ik ga ook duidelijk zijn, het is ook niet altijd evident om werknemers daarvan te overtuigen dat zij geen belang hebben bij een massale investering in wapens en ander oorlogstuig. Ook bij ons, in onze vakbond is dat een discussie. Ook dat loopt soms moeilijk. We moeten dat niet vergullen. We mogen daar ook eerlijk over zijn. Maar we moeten werken en duidelijk blijven maken dat wapenwedloop finaal het leven niet veiliger zal maken.
Integendeel, een wapenwedloop leidt onze aandacht af van wat onze samenleving sterk maakt. Ze leidt de aandacht af van andere immense uitdagingen. Denk bijvoorbeeld aan de klimaatontregeling en het geen we daaraan gaan moeten doen. Maar die enorme ramp van klimaatverandering die geraakt steeds onzichtbaarder en onzichtbaarder. Terwijl die klimaatverandering wel steeds sneller en ja, dieper een impact geeft op onze samenleving en op ons dagelijks leven ook hier in ons in ons land in België. Maar de mensen die de lijnen uitzetten, die hebben daar geen aandacht voor. Ze ontkennen zelf nog die bittere realiteit en uiteraard is dat een schande. Werknemers en bedrijven hebben dus geen baat, geen belang bij een wapenwedloop.
Ze hebben belang bij vrede. Met verkeerde investeringen die eenzijdig inzetten op versterk van defensie en die de andere en jullie kennen ze democratie, diplomatie, development voor onmacht samen wordt de bevolking meerdere keren getroffen. Sociale bescherming en sociale zekerheid worden afgebouwd. Het klimaat, daar wordt geen bal aan gedaan. En finaal zijn het altijd de gewone mensen. Finaal zijn het altijd de werknemers die in een gewend conflict als een oorlog de hoogste prijs betalen. Of het met de woorden van een west Vlaamse Bart Willem Vermandere te zeggen: "Altijd iemands vader, altijd iemands kind."
Beste vrienden, de keuzes waar we vandaag voor staan zijn niet alleen militairen wat men ons ook wil doen geloven. Het zijn maatschappelijke keuzes. Het zijn fundamentele keuzes. Daarom hebben wij als middenveld een enorm belangrijke rol te spelen. Daarom is het essentieel dat de vredesbeweging en de vakbonden elkaar hier vandaag vinden. Daar vinden wij het ook zo belangrijk om hier die steun aan jullie uit te spreken, zodat de strijd voor vrede en de sociale strijd één en dezelfde wordt en ook altijd één en dezelfde zal blijven. Want vrede en sociale rechtvaardigheid gaan voor ons hand in hand.
Hillal Sor: “Werknemers zijn nooit de winnaars van oorlogen geweest”
We leven in een tijd van grote internationale spanningen. Een ingrijpende ommekeer.
Overal in Europa wordt ons verteld dat het antwoord op de crises in de wereld eenvoudig zou zijn: meer wapens, meer legers, meer militaire uitgaven. De militaire begrotingen schieten omhoog. Regeringen spreken over herbewapening, economische oorlogvoering, rivaliteit tussen blokken.
Maar in dit debat ontbreekt vaak een fundamentele vraag: wat hebben de arbeiders te winnen bij deze logica van militarisering?
Want laten we duidelijk zijn: de arbeiders zijn nooit de winnaars van oorlogen geweest. Oorlogen verrijken bepaalde economische belangen – met name die van de aandeelhouders van de wapenindustrie – maar ze kosten de bevolking altijd veel geld. Het zijn de arbeiders die naar het front gaan, onder druk produceren en de economische en sociale rekening betalen.
Daarom is de vakbeweging, vanaf haar ontstaan, altijd een vredesbeweging geweest. Niet uit naïviteit, maar uit helderheid. Omdat de arbeiders één eenvoudig ding hebben begrepen: de arbeiders van de hele wereld hebben meer met elkaar gemeen dan met de belangen van de economische en militaire elites.
Wanneer de internationale spanningen oplopen, doet zich vaak een politiek fenomeen voor. Het publieke debat verschuift. Er wordt gesproken over externe bedreigingen, nationale veiligheid en militaire inspanningen.
Maar er wordt veel minder gesproken over ongelijkheid, de concentratie van rijkdom, de macht van multinationals en de aanvallen op sociale rechten.
Oorlog of de angst voor oorlog kan een middel worden om de tegenstellingen tussen de klassen te verdoezelen. Van de werknemers wordt gevraagd zich te verenigen achter de natie, achter de militaire inspanningen. Maar ondertussen blijven de aandeelhouders winsten vergaren. De aandeelhouders in de defensiesector zien hun dividenden explosief stijgen. De financiële markten juichen de aankondigingen van herbewapening toe. De oorlogsprofiteurs wassen hun handen in onschuld.
Met andere woorden: oorlog wordt een uiterst winstgevende markt voor bepaalde particuliere belangen.
Maar militarisering heeft een prijs. Overheidsbegrotingen zijn niet oneindig. Wanneer honderden miljarden worden vrijgemaakt voor bewapening, komt steeds dezelfde vraag terug: wie gaat dat betalen? En al te vaak zijn het de werknemers.
Er wordt al gesproken over pensioenhervormingen, flexibilisering van de arbeidsmarkt, bezuinigingen. Er wordt ons uitgelegd dat er geld ontbreekt voor ziekenhuizen, scholen, openbare diensten...
Maar plotseling verschijnen er honderden miljarden voor de militaire begrotingen.
Daar wordt de tegenstrijdigheid duidelijk. Van de werknemers wordt gevraagd sociale offers te brengen, terwijl bepaalde economische actoren van plan zijn ruimschoots te profiteren van de militarisering.
Tegenover deze logica moet de vakbeweging een andere visie verdedigen. Een alternatief bieden. Een visie gebaseerd op internationale samenwerking tussen volkeren. Want de grote uitdagingen van de wereld zullen niet worden opgelost door militaire confrontatie. Ze zullen worden opgelost door samenwerking.
De klimaatcrisis, de gezondheidscrises, de wereldwijde economische ongelijkheid... Geen van deze problemen kan door legers worden opgelost. Ze vereisen wetenschappelijke samenwerking, economische samenwerking en internationale solidariteit.
En de werknemers spelen een centrale rol in deze samenwerking. De vakbonden zijn altijd actoren van internationale solidariteit geweest. Wanneer werknemers zich in een land mobiliseren, inspireren ze werknemers elders. Wanneer werknemers over de grenzen heen samenwerken, worden ze een kracht die in staat is om overal sociale rechten te verdedigen.
Deze internationale solidariteit verplicht ons ook om niet weg te kijken wanneer volkeren onder oorlog lijden. We denken aan het Palestijnse volk, dat vandaag een humanitaire tragedie doormaakt. We denken aan het Cubaanse volk, dat nog steeds onder een embargo leeft. We denken aan de bevolkingen in het Midden-Oosten die verstrikt zijn geraakt in een spiraal van militaire escalatie, met name door de spanningen rond Iran. In deze situaties betalen de volkeren altijd de prijs voor geopolitieke rivaliteiten.
De vakbondsbeweging moet trouw blijven aan haar fundamentele principe: solidariteit tussen de volkeren.
Kameraden, de kwestie van vrede is niet alleen een morele kwestie. Het is ook een sociale en economische kwestie. Militarisering dreigt enorme middelen af te leiden die zouden kunnen worden gebruikt voor de ecologische transitie, openbare diensten, de civiele industrie en sociale rechtvaardigheid.
Tegenover dit alles moet de vakbeweging een duidelijk alternatief verdedigen: meer internationale samenwerking, meer solidariteit tussen werknemers en een economie die gericht is op de behoeften van de volkeren in plaats van op oorlogslogica.
Want uiteindelijk wordt duurzame vrede niet alleen bereikt door de afwezigheid van oorlog. Ze wordt bereikt door sociale rechtvaardigheid, samenwerking tussen volkeren en waardig werk.
En dat is precies de strijd die de vakbeweging moet blijven voeren.