Comité Surveillance OTAN
Venezuela en de begeleide overgang

De aankomst in Caracas van Laura Dogu, de nieuwe Amerikaanse zaakgelastigde, is geen detail of louter een formaliteit; het is een duidelijk teken van een nieuwe politieke agressie.

Dit initiatief vindt plaats in een uitzonderlijke context. President Nicolás Maduro wordt illegaal vastgehouden in de Verenigde Staten en heeft vanaf het begin verklaard dat het om een ontvoering gaat en dat hij een krijgsgevangene is, beschermd door de internationale immuniteit die geldt voor zittende staatshoofden.

Zijn verklaring is niet louter retoriek. Ze past in een lange traditie van internationaal recht die juist is bedoeld om te voorkomen dat mogendheden het strafrecht gebruiken als middel om politieke druk uit te oefenen.

De overgang die Washington voor Venezuela aanmoedigt, en die is opgebouwd rond drie fasen (stabilisatie, economisch herstel en democratische overgang), dreigt dit principe echter van zijn betekenis te ontdoen.

De sleutel ligt in erkenning. De immuniteit van een staatshoofd is geen persoonlijk voorrecht, maar een institutionele garantie. Deze garantie is echter afhankelijk van een fundamentele voorwaarde, namelijk de erkenning van zijn ambtsaanvaarding. Daar wordt de begeleide overgang een tweesnijdend zwaard.

Als de zittende regering het in Washington opgestelde stappenplan formeel zou aanvaarden, zou zij impliciet een beslissende premisse aanvaarden, namelijk dat president Nicolás Maduro niet langer de legitieme president van Venezuela is. Deze politieke daad zou onmiddellijke juridische gevolgen hebben.

Voor de Amerikaanse rechtbanken en voor elke andere jurisdictie die zich bij deze interpretatie zou aansluiten, zou de immuniteit niet langer van toepassing zijn. President Maduro zou van een onrechtmatig en illegaal vastgehouden leider veranderen in een gewone verdachte, onderworpen aan de strafrechtelijke jurisdictie van een vreemde staat.

In dat scenario zou zijn juridische situatie in de Verenigde Staten aanzienlijk gecompliceerder worden. De verdediging op basis van jurisdictie-immuniteit zou elke grond verliezen. Zijn status van “krijgsgevangene” zou worden verworpen door rechters die al handelen volgens het principe dat Venezuela een overgang heeft ingezet die hem van alle gezag heeft ontdaan.

De overgang, die wordt voorgesteld als een weg naar democratie, zou zo het element worden dat zijn ontvoering met terugwerkende kracht legitimeert.

De inzet beperkt zich echter niet tot het persoonlijke lot van president Maduro. Wat op het spel staat, is een structureel beginsel van de internationale orde, namelijk de scheiding tussen justitie en hegemonie.

Wanneer de legitimiteit van een president niet langer wordt bepaald door de interne mechanismen van zijn land, maar door buitenlandse hoofdsteden, verliest het internationaal recht zijn rol als evenwichtsorgaan en wordt het een instrument van selectieve macht.

In deze ongunstige context krijgt Delcy Rodríguez een centrale politieke rol toebedeeld.

De zittende president treedt niet op als een zwakke of louter administratieve overgangsautoriteit, ze heeft een standvastig standpunt ingenomen tegenover de pogingen tot politieke versnippering en de kwaadwillige desinformatiecampagnes van Washington en zijn bondgenoten. Haar boodschap is consistent: “Venezuela accepteert geen externe opgelegde maatregelen of overgangen die buiten het kader van zijn instellingen zijn ontworpen.”

Mevrouw Rodríguez heeft herhaaldelijk aan de kaak gesteld dat het werkelijke doel van dit diplomatieke en media-offensief is om de Venezolaanse leiders te verdelen, het Bolivariaanse proces te verzwakken en de voorwaarden te scheppen om zonder veel weerstand een alomvattende politieke en economische overgang door te voeren die gunstig is voor buitenlandse belangen.

In reactie hierop heeft zij benadrukt dat de soevereiniteit moet worden verdedigd, dat conflicten tussen Venezolanen onderling moeten worden opgelost en dat elke vorm van voogdij moet worden afgewezen. Deze vastberadenheid bleef niet beperkt tot woorden. Tegelijkertijd heeft de zittende regering initiatieven genomen om de interne spanningen te beperken, de institutionele cohesie te behouden en te voorkomen dat het machtsvacuüm als excuus zou worden gebruikt voor een verdergaande interventie. In een scenario dat was ontworpen om verdeeldheid te zaaien, was het antwoord om de rijen te sluiten. En dat is precies waar Washington op dit moment zijn grootste obstakel tegenkomt.

De zittende regering, de Nationale Assemblee en grote delen van de Venezolaanse bevolking hebben blijk gegeven van een eensgezinde vastberadenheid die ervoor heeft gezorgd dat pogingen om een overgang zonder nationale consensus op te leggen, konden worden beteugeld, althans tijdelijk. Deze eenheid, ondanks de enorme druk, heeft verhinderd dat het externe plan zonder weerstand volledig kon worden uitgevoerd.

Er is nog niets definitief. Het evenwicht is fragiel en de druk zal aanhouden. Op dit moment is de interne cohesie echter een reële politieke factor geworden, die in staat is om een opgelegde hervorming tegen te houden en de discussie over soevereiniteit, legaliteit en het recht om over het eigen lot te beslissen, open te houden.

Uiteindelijk zullen de toekomst van Venezuela en de afloop van de zaak van president Nicolás Maduro niet alleen afhangen van buitenlandse rechtbanken of routekaarten die duizenden kilometers verderop worden opgesteld, maar ook van het vermogen van het land om deze eenheid te behouden in een scenario waarin de wereldpolitiek opnieuw probeert de geschiedenis van buitenaf te schrijven.

Fragmenten uit kontraportada.info